• Eugenie Laurette Nicole

'Haar verliezen was een pijnlijke inwijding van het leven'

Iemand verliezen na zelfdoding is ongemeen hard. Erover praten blijft een groot taboe in Vlaanderen. Drie nabestaanden vertellen hoe ze omgaan met hun verlies en doorbreken de stilte rond zelfdoding.


Publicatie in Flair Magazine


Jana* was amper twaalf jaar toen haar vader voor zelfdoding koos..

Het verdriet zorgde voor moeilijke jeugdjaren.

Ze houdt een pleidooi om haar papa niet te zien als een slecht persoon.


‘Toen mijn vader stierf, stortte mijn wereld in’, zegt de intussen 25-jarige Jana. ‘Zijn laatste kus heb ik geweigerd, en dat heb ik mezelf lang kwalijk genomen. Als kind heb ik daar enorm mee geworsteld. Ik dacht dat het mijn schuld was en bleef achter met een knagend schuldgevoel. Waarom heeft hij nooit iets gezegd? We waren altijd twee handen op één buik. Ik zou hem hebben kunnen tegenhouden of hem op andere gedachten kunnen brengen, dacht ik dan. Maar dat was een illusie.


Hij speelde al langer met de gedachte. Mijn vormsel was zijn afscheidsfeest. Hij liep er zo vrolijk rond. Amper een week later zette hij de definitieve stap. Toen ik de dag erna ontwaakte, was ik geen twaalfjarig meisje meer, maar een volwassen vrouw. Mijn jeugd was weggespoeld zonder dat ik het besefte. Puberen heb ik als gevolg nooit gedaan. Onbewust nam ik de plaats in van mijn vader en ontfermde me over mijn mama en oudere zus. Ik dacht dat dat mijn verantwoordelijkheid was en hun geluk primeerde.


Hoe ik me voelde, was niet van tel. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik hem niet had kunnen redden en ik schaamde me diep. Daardoor heb ik alle steun van mijn familie jarenlang afgeblokt.


Sinds mijn papa’s dood heb ik nooit meer het gevoel gehad dat we een hecht gezin waren. We hebben nooit samen gerouwd. Laat staan erover gesproken. Dat kon overigens niet. Mijn mama had na drie weken een nieuwe vriend en mijn zus ging alleen wonen. Ik kreeg de indruk dat hij zo snel mogelijk vergeten moest worden, terwijl ik hunkerde naar een openhartig gesprek. Ik wilde ermee omgaan, maar waar ik ook ging, het liep meestal verkeerd af.


Het werd me allemaal te veel en ik zag de uitweg van mijn papa als enige oplossing. Ook ik ondernam een poging.

Op school werd ik uitgelachen. Ze zeiden dat ik een aandachtszoeker was, of erger.

“Ik hoop dat je hetzelfde doet als je papa”, zei een leerling ooit. Ik voelde me vaak heel alleen.Op mijn vijftiende ging het bergaf met mijn mentale gezondheid. Ik kampte met paniekaanvallen en hyperventilatie.


Gelukkig kon ik terecht bij een goede leerkracht, die me doorverwees naar een psycholoog. Bij die laatste vond ik een tweede adem, maar thuis was er geen zuurstof. Mijn mama vluchtte in de alcohol en de band met mijn zus bereikte een dieptepunt. Het werd me te veel en ik zag de uitweg van mijn papa als enige oplossing... Ook ik ondernam een poging. Uiteindelijk liet ik me opnemen in de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis, waar ik vier weken verbleef en herstelde.


Sinds een aantal jaar woon ik nu alleen en gaat het steeds beter met me. Uit de vele gesprekken met de psycholoog besef ik dat ik er niet alleen voor sta en dat ik mijn gedachten en emoties moet uitspreken. Ik haal veel kracht uit online pagina’s voor nabestaanden, zoals uit de informatie van de Werkgroep Verder na Zelfdoding. Het geeft me veel steun en de moed om dit pleidooi te houden, de stilte over dit zwaarbeladen thema te doorbreken. Ik herinner mijn papa als een grapjesmaker. Hij heeft zich van het leven beroofd, maar dat maakt van hem geen slecht persoon. Integendeel. Ik koester de mooie en liefdevolle momenten, want zo wil ik hem ook blijven zien en onthouden.’


Drie jaar geleden stapte de jongere broer van Famke* (24) uit het leven. Haar intieme rouwproces beleeft ze vooral in stilte en samen met haar mama.

‘Niemand had het zien aankomen’, begint Famke. ‘Toen er werd geroepen dat er politie aan de deur stond, dacht ik: shit, wat zou ik gedaan hebben? De politie moest meermaals herhalen wat er met mijn jongere broer was gebeurd. Ik kon de realiteit niet bevatten. Het nieuws verlamde mijn hele wezen. Na hun mededeling begon ik heel mijn huis te poetsen.


Pas ’s anderendaags, toen een vriendin belde en vroeg waarom ik niet bij mijn moeder was, drong het tot me door. Ik liet alles vallen en sprong onmiddellijk in de wagen. Bij mijn mama kon ik er niet meer omheen: zijn onbeslapen bed, het bezoek van de pastoor, de praktische zaken voor de begrafenis. Ik kwam tot het besef: mijn jongere broer is er niet meer.


Achterblijven met zoveel waaromvragen vond ik het moeilijkst aan het rouwproces. Waarom heeft hij dat gedaan? Waarom liet hij ons achter met dit intense verdriet? Ben ik wel een goede zus geweest? Maar een antwoord op mijn vragen kreeg ik nooit. Ik begon te twijfelen aan mezelf. Ik verweet mezelf dat ik te weinig tijd met hem had doorgebracht en geen alarmerende signalen had opgevangen.


Een week ervoor hadden we nog gezellig samen in de zetel liggen knuffelen. Ik zei toen hoe trots ik op hem was en wat voor een mooie man hij was geworden. Twee weken later was het zijn verjaardag en zou hij eenentwintig geworden zijn.Na de begrafenis heb ik me van de buitenwereld afgezonderd. Ik rouwde intiem en samen met mijn mama in stilte. Dat vond ik destijds zo het best.


Ik moest en zou een sterke vrouw zijn. Op mijn werk zocht ik afleiding, maar dat was een grote valkuil.

Na twee weken begon ik het dagelijks leven weer op te pikken. Ik ging weer werken en deed alsof er niets was gebeurd. Dat wordt je overigens zo aangeleerd. Je toont geen verdriet, want dat zou betekenen dat je zwak bent. Ik moest en zou een sterke vrouw zijn. Op mijn werk zocht ik afleiding, maar dat was een grote valkuil. Op automatische piloot trachtte ik mijn leven te besturen, maar na zes maanden ben ik in een zware depressie beland.


Op dat moment werkte ik in een broodjeszaak en moest ik vroeg uit de veren om alles voor te bereiden. Tijdens die ochtendshift was ik helemaal alleen. Een intens gevoel van verdriet besloop mijn volledige lichaam. Dat vond ik enorm akelig. Tot nu toe had ik mijn emoties altijd onderdrukt. Ik zat vast in mijn hoofd, terwijl die zorgen eruit moesten. Maar hoe begon ik daaraan? Met die hulpvraag trok ik uiteindelijk naar de huisarts, die me antidepressiva voorschreef. Een halfjaar slikte ik die pillen, maar ze hadden geen positief effect. Ik werd afstandelijk en emotieloos.


Dat veranderde pas toen ik met die medicatie stopte en de innerlijke strijd met mezelf aanging. Ik sprak regel-matig met een psycholoog en leerde praten over mijn gevoelens. Gaandeweg brokkelde mijn torenhoge muur af. Ik achterhaalde wat er schuilging achter die opgekropte emotie. Ik liep niet meer weg, maar ging de confrontatie ermee aan. Dat inzicht heeft me gesterkt als persoon en gemaakt tot wie ik ben.


Op mijn tempo probeer ik zijn keuze te accepteren. Voor het eerst staat er een foto van hem in de living. Pas na drie jaar voelt dat goed aan. Het lukt me om het leven beter te relativeren. Ik laat me door niemand opjagen, ook niet als ik te laat ben voor mijn werk. Ik wil genieten van elke dag en elk mooi moment. Dat heeft mijn kleine broer me geleerd. En ongeacht hoe groot het gemis is, ben ik hem daar dankbaar voor.’


Simon* viel uit de lucht toen zijn goede collega en stiekeme crush zich drie maanden geleden van het leven beroofde. Hij zoekt antwoorden en betekenis in de rauwe krachten van leven en dood.


‘Ik herinner me nog heel goed het moment dat ik Mira voor het eerst zag. Al vanaf de eerste blik hield ik van haar. Het was een vuurpijl die recht op me af kwam. In één oogopslag werd ik verliefd. Een hartverwarmend gevoel dat me geheel onverwacht overviel, net zoals haar keuze om enkele maanden later uit het leven te stappen.


Op het werk kruisten onze paden regelmatig. Soms hoorde ik haar dagelijks. We leerden elkaar beter kennen, maar Mira was vaak gesloten. Ze sprak amper over zichzelf en hield altijd afstand. De collega’s en ik dachten dat ze van nature teruggetrokken was. Later bleek dat net andersom te zijn.


Op de herdenkingsdienst leerde ik een volledig andere Mira kennen. Er hingen meerdere foto’s aan de muur te blinken waarop ze straalde en lachte. Ooit was zij een stralende ster, maar toen ik haar kende, scheen ze al niet meer. De joie de vivre was verdwenen.Haar verliezen veroorzaakte een mentale kortsluiting. Natuurlijk weet je dat het leven niet voor eeuwig is, maar naast mijn grootouders was ik nog niemand uit mijn hechte kring verloren. Mijn brein kon niet vatten dat ze er niet meer was. Ik had nooit eerder stilgestaan bij verlies. In mijn hoofd werd iedereen oud.


‘Ooit was zij een stralende ster, maar toen ik haar kende, scheen ze al niet meer. De joie de vivre was verdwenen.’

De eerste twee weken kon ik alleen maar huilen. ’s Morgens. ’s Middags. ’s Nachts. Het kwam altijd onaangekondigd en onverwacht. En het klonk als het gejank van een beest. Op een nacht, weken later, droomde ik over Mira. Ik werd wakker en ik besefte: ze is er niet meer. Ze is weg. De dagen erna bekeek ik mezelf en de wereld anders. Tot nu had ik mijn leven geleefd alsof ik het begreep. Alsof het allemaal over mij ging. Door haar dood begrijp ik hoe kwetsbaar alles is. Hoe kwetsbaar ikzelf ben.


Pas na het bezoek bij het mortuarium vernam ik van haar mama dat ze zelfmoord had gepleegd. Onze maatschappij maakt daar een taboe van, en dat is spijtig. Geconfronteerd worden met diep verdriet is net nodig om te groeien als persoon. En als je die pijn niet toelaat, is er geen groei.


Ik mis Mira nog zielsveel. Maar ik ben ze ook dankbaar. Dankbaar voor dat rauwe verdriet en voor het besef dat ik vastzat in een soort kinderlijke zelfzucht. Ik ben niet langer dat koekoeksjong van vroeger. Haar verliezen was een pijnlijke inwijding in het leven.’


* Jana, Famke en Simon zijn schuilnamen.


Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website Zelfmoord1813.be.






8 views0 comments

Recent Posts

See All