• Eugenie Laurette Nicole

Da's de druppel

Updated: Nov 27

Overal waar we gaan, wordt er geproost: op het leven, de dood en alles ertussenin. Alcohol is sluipenderwijs een gewoonte geworden van onze cultuur. Al is dat niet zonder gevaar. Vier jonge mensen getuigen over hun verstoorde relatie en vertellen waarom ze minder het glas heffen.



Nora* (29) ontwikkelde door haar vader en ex-vriend een grote aversie tegen alcohol. Hoe meer zij dronken, hoe meer ze zich afsloot van de buitenwereld. Ze roept op tot het niet normaliseren van alcohol.


“Door mijn vader had ik al van jongs af aan slechte herinneringen aan alcohol. Hij had een goed draaiend café, was altijd druk in de weer en lestte zijn dorst maar al te graag met bier. Als kind heb ik hem nauwelijks gezien. Hij kwam altijd laat thuis en als ik hem zag, stonk zijn adem naar alcohol. Daar had ik het als klein meisje erg moeilijk mee. Zijn dagelijkse drinkpatroon bemoeilijkte onze relatie. Daarom wilde ik mijn vader jarenlang geen zoen geven, ook niet als hij er expliciet naar vroeg.


Pas toen ik 17 jaar was, kwam er een plotse ommezwaai. Ik wilde verzoening en bezocht hem vaker op in het café. Ik wist tenslotte altijd waar ik hem kon vinden. Na een avondje stappen vergezelde ik mijn vader en probeerde ik mijn biertje net zo snel op te drinken als hij. Als ik sneller was, was ik apetrots. Ik ben de dochter van mijn vader, dacht ik dan. Samen borrelen zorgde er tenminste voor dat we contact met elkaar hadden. Zonder alcohol was dat veel minder geweest.


Ik verafschuwde alcohol en voelde me erg angstig. Ik kreeg paniekaanvallen en had moeite met ademhalen.

De pijnlijke afkeer van alcohol sloeg pas later toe, toen ik voor mijn stage naar Latijns-Amerika trok. Maandenlang bracht ik door in een toeristische uitgaansstad. Elke avond werd er tot in de vroege uurtjes gevierd, gedronken en gedanst. Vrouwen kregen gratis shots aan de deur en cocktails aan de toog, en in die dronken toestand leerde ik mijn ex-partner kennen.We verleidden elkaar met salsa, drank en seks. Het was als een romantische scène uit een film. Ik werd smoorverliefd, maar op nuchtere dagen drong de realiteit snel door.


Alcohol heeft mijn ex-vriend een lange tijd als persoon geromantiseerd. Ik dacht dat hij er wel vanaf zou komen, maar niets was minder waar. Elke dag dronk hij die fles tot op de bodem leeg. In België liep het helemaal uit de hand. Terwijl ik probeerde de controle te behouden en geen druppel alcohol aan te raken, dronk hij zich te pletter. Ik verafschuwde alcohol en voelde me erg angstig. Ik kreeg paniekaanvallen en had moeite met ademhalen. Naar feestjes ging ik niet meer, ik vermeed gelegenheden waar er alcohol was. Dat voelde niet veilig. Ik genoot nergens meer van en ging gebukt onder zijn gedrag.


Zeven jaar lang worstelde ik met zijn alcoholgebruik en met mijn afkeer. Het is pas de laatste paar maanden dat ik weer een glas cava drink zonder aanstoot te nemen. Al heb ik duidelijke regels: drink voldoende water en stoppen als ik aangeschoten ben. Ik wil drinken met mate. Daarom moeten we alcohol niet normaliseren: uiteindelijk is het de meest geaccepteerde drug die er is.”


Bertrand (29) probeerde meermaals te minderen met alcohol maar tevergeefs. Nu is hij twee jaar sober en beseft dat het geen schande is om niet te drinken. `

“Ik was 15 jaar toen ik me op een scoutsfeestje waagde aan mijn eerste pint. Walgelijk was het. Ik begreep er eerst niets van. Hoe kunnen mensen dit in godsnaam smaken, dacht ik bij mezelf. Iedereen dronk er ongeacht hun leeftijd. Sterker nog: drinken tot je zat bent, werd ergens van je verwacht. Ik merkte hoezeer alcohol in onze samenleving ingebakken zat. Sommige schoolvrienden zetten elkaar zelfs (gedwongen) aan tot drinken. Er was een biercultuur die ons verbond. Drinken was een sociaal gegeven en ik wilde geen dwarsligger zijn, uit vrees om anders uitgesloten te worden. Dus bestelde ik opnieuw een pint aan de toog. En hoe meer ik dronk, hoe lekkerder de gore biersmaak werd.


Sindsdien was ik elke week een keer zat. Zodra de schoolbel op vrijdagmiddag rinkelde, wist ik al hoe laat het was: dan ging ik mijn droge keel smeren met een goede pint. Samen met vrienden dronken we aan één stuk door tot middernacht. Ik weet nog goed dat ik me toen een volwassen man voelde. Ik was trots dat ik bier lustte. Alcohol drinken was een habitude en puur kopieergedrag van wat ik in mijn naaste omgeving zag. Iedere volwassene deed het tenslotte. Waarom ik dan niet? Ook ondervond ik geen lichamelijke klachten. Ik vond het net plezierig. Alcohol gaf me een blij gevoel, en dat tijdelijk geluk zocht ik dikwijls op.


Daarna ging het enkel bergaf met mijn alcoholgebruik. Het escaleerde heel snel naar nagenoeg elke dag. Ik was toen 21 jaar en op mijn job werd alcohol aangeprezen als een beloning. Na elke harde werkdag stond die lekkere pint om 17u stipt klaar. Iedereen dronk er iets, maar occasioneel een glaasje drinken zat er bij mij niet in. Een rem was onbestaand. Ik dronk heel snel en heel veel. In mijn ergste periode kapte ik per dag twaalf pintjes, drie duvels en daarna nog een halve krat wijn naar binnen. Tijdens de week kon ik ruw gezegd zo’n 75 glazen bier opdrinken. Ik besefte dat ik meer dronk dan de gemiddelde Vlaming, maar had ik een probleem? Nee, dat ontkende ik in alle talen. Ook al hadden er meerdere mensen me erover aangesproken en kreeg ik van mijn baas zelfs een drankverbod opgelegd.


De rode alarmbellen gingen pas zo’n anderhalf jaar geleden af. Ik was toen 27 jaar, ging elke avond naar de nachtwinkel en dronk alleen. Het maakte niet uit of er een feestje was of niet. Ik bouwde er een op mezelf. Ik verdronk mijn opgekropte emoties want hoe slechter het met me ging, hoe meer ik hunkerde naar die fles. Ik kreeg lichamelijke klachten en vertoonde afkickverschijnselen. Het ging allesbehalve goed met me. Ik verkoos alcohol boven eten. Er was geen controle meer, het hek was van de dam. Mijn consumptiepatroon was ongezond en ik probeerde meermaals te minderen met drinken, maar tevergeefs.


Mijn enige uitweg om alcohol uit mijn leven te bannen, was in opname gaan. Voor drie maanden schermde ik me van de buitenwereld af. Het was bikkelhard, maar ik ben ongelofelijk blij dat het me is gelukt. Toch dachten veel vrienden dat het me niet zou lukken. Sommigen zeiden zelfs: ‘Waarom minder je niet in plaats van stoppen?’ Een leven zonder alcohol is voor velen onbegrijpelijk, terwijl voor mij persoonlijk volledig stoppen de beste uitkomst is. Ik demoniseer alcohol heus niet. Wel pleit ik voor een beter bewustzijn ervan. Alcohol is een gevaarlijke sluipdrug. We moeten dat niet verbloemen, maar benoemen hoe het is. Voor velen zou dat al een wake-up call zijn, een eerste stap tot inzicht.”


Naomi* (28) is van nature introvert en drinkt graag een drankje om los te komen. Alleen weet ze niet goed wanneer ze moet stoppen. Na een avondje stappen staat ze vaak op met zwarte gaten en een emotionele kater.


“Mijn eerste keer dronken zijn, zal ik niet snel vergeten. Ik was 15 jaar oud en ging met een vriendin naar het café van haar ouders. In de kelder dronken we stiekem de hele fles rum. Gewoon puur. Zonder cola. Al vanop die jonge leeftijd vond ik het spannend om te drinken. Elke week ontmoette ik mijn vriendengroep om samen dronken te worden. Een keer moesten ze me naar huis dragen. Ik was KO en werd niet wakker. De volgende dag kon ik me er niets meer van herinneren. Ik had zwarte gaten wat zeer beangstigend was.


Toch weerhield die slechte ervaring me er niet van om te minderen met drinken. Integendeel. Samen met vriendinnen maakte ik plezier en dronken we zonder na te denken. Wanneer we aangeschoten waren begonnen we elkaar te zoenen en te betasten. Op dat moment vond ik dat leuk, maar de dag erna schaamde ik me enorm. Ik kende geen grens en bleef drinken, waardoor mijn oncontroleerbaar gedrag oversloeg in dingen die ik achteraf gezien eigenlijk niet wilde doen. Ook had ik telkens meer zwarte gaten na een avondje uit. Die black-outs hebben me zeer vaak onzekerheid gemaakt.


Ik ben van nature introvert en het drinken van alcohol maakt me automatisch losser. Ik durf meer te zeggen en deel te nemen aan het gesprek. Zonder dat vloeiende hulpmiddeltje is het voor mij moeilijk om met mensen in contact te komen. Ik loop vaak vast in mijn gedachten. Voordat ik mijn woorden daadwerkelijk uitspreek, heb ik ze meerdere keren in mijn hoofd gezegd. Terwijl wanneer ik heb gedronken, ze eruit vliegen. Ik ben socialer en alles wordt toffer. Dat stemmetje dat af en toe iets in mijn oor fluistert wordt minder luid waardoor mijn relatie met alcohol steeds moeilijker wordt om te beteugelen. Want als ik nuchter ben, heb ik te veel een rem en als ik drink heb ik er helemaal geen. Dat vind ik lastig.


De behoefte om alcohol te drinken en de soms gênante omstandigheden waarin ik belandde, werden doorheen de jaren steeds erger. Drinken was deels een katalysator voor het ontwikkelen van psychische problemen. Ik kamp met een sociale angstfobie en daar heeft alcohol een grote invloed op. Daarom heeft dat magische spraakwater een overwegend negatief effect op mij. Ik weet niet wanneer ik moet stoppen en dat is mijn probleem. Het is mijn droom om te kunnen stoppen als je tipsy bent, maar ik wil altijd meer. Dat zorgt ervoor dat ik ga slapen als een extravert en ontwaak als een introvert. Over die tegenstrijdigheden maak ik me ernstige zorgen de volgende dag. Vaak heb ik het gevoel dat ik te uitbundig ben geweest. Of dat ik iets verkeerds heb gezegd of gedaan. Die schaamte zit diep in mijn wezen geworteld. Zonder dat er iets bijzonders is gebeurd kan die onzekerheid me wekenlang slecht doen voelen.


Die grote twijfel maakt me bewust dat ik een probleem heb. Ik weet dat ik voorzichtig moet omspringen met drank, maar volledig stoppen wil ik niet. Door alcohol kan ik me deels uiten. Er zijn nog occasionele uitschieters, maar die zijn er veel minder. Waar ik vandaag vooral mee worstel, zijn die aanhoudende emotionele katers. Toen ik eenmaal googelde: ‘waarom voel je je depressief na alcohol’, bleek dat je angstig of depressief voelen een mentaal gevolg is van drinken. Het is het zogenaamde Beer fear ‘of ‘hangxiety’- effect. ` Sinds dat besef, leef ik bewuster en ben ik meer op mijn hoede. Ik heb een betere monitoring over het drinken die ik mezelf gaandeweg heb aangeleerd. Het zijn eerder de drijfveren om te drinken die het voor me moeilijk maken. Hoe dan ook, als ik erover praat, helpt mijn beste vriendin me. Die steun voelt goed en raad ik anderen dan ook aan.


Gemma*(30) had lang geen flauw idee hoe groot de impact van alcohol op haar lichaam was tot ze zwanger werd en het een tijdje uit haar leven bande. Sinds ze minder drinkt, zit ze beter in haar vel.


“Als kind was alcohol altijd in de buurt. Thuis, op restaurant of op feestjes. Ik weet nog goed toen ik als zesjarig meisje de gore bierrestjes in verschillende glazen ging leegdrinken. Ik dacht dat mijn moeder blij zou zijn, maar zij had iets anders verstaan onder ‘drink altijd je glas leeg’. Dat er in de week of in het weekend bij ons thuis werd gedronken, was voor mij niet meer dan normaal. Mijn stiefvader was een fervente wijndrinker en dronk met de regelmaat van de klok een goed glas. In mijn ouderlijk huis had hij een uitgebreide wijncollectie en dook na een lange werkdag maar al te graag de kelder in. Zijn grote dorst heeft me als kind nooit echt gestoord. Integendeel.


Ik had zelf een grote interesse in alcohol en was zeer nieuwsgierig naar die heilige drank. Ik probeerde vanalles uit: shotjes tequila, wijn en sterke bieren. Chouffe bier was zeker mijn favoriet en kon ik de hele avond van genieten. Terwijl ik stiekem op café ging met mijn vrienden, dachten mijn ouders dat ik braaf bij een vriendin sliep. Als ik daar nu aan terugdenk, was dat natuurlijk onverantwoord. Maar toen stond ik daar niet bij stil: samen drinken en zat worden, bracht leven in de brouwerij. Dat is toch wat er van jongs af aan bij ons wordt ingebrand: Vlamingen drinken bier en het liefst zo veel mogelijk. Het is de diep verankerde drankcultuur waar wij graag mee uitpakken.


Daarom dacht ik lang dat er niets aan de hand was. Al die jaren had ik niet door hoe groot de impact van alcohol op me was. ‘Zolang ik onder vrienden drink en niet thuis in m’n eentje moet ik me geen zorgen maken’, dacht ik altijd. Dat was mijn indicatie of je een alcoholist bent of niet, maar daar heb ik me indertijd enorm aan mispakt. Zonder het al te goed te beseffen werd ik geconditioneerd aan de effecten van alcohol. Het was het perfecte middel om alles te vergeten. Ik liep weg van mijn emoties en greep steevast naar die fles wanneer ik onder stress stond. Ik ontspande op café en dronk zodanig veel dat ik het de volgende dag niet meer kon opsommen. Ik ken geen grens, had geen rem en dat was mijn grote probleem. Een keer plaste ik in mijn broek van zattigheid. Ik had mezelf duidelijk niet in de hand.


Dat veranderde toen ik in verwachting was en voor een lange tijd alcohol afzweerde. Onverwacht vond ik het heel fijn om nuchter in het leven te staan. Ik miste alcohol niet, waardoor ik na mijn zwangerschap veel bewuster omging met mijn drankconsumpties. Ik dronk minder, soms helemaal niets. Tot mijn grote verbazing werd dit niet door iedereen van mijn vrienden gesmaakt. Uit allerlei hoeken ontving ik afkeurende blikken en reacties. Ook dat ik een ongezonde relatie heb met alcohol lachten ze weg. Dat toont helaas hoe groot het taboe rond alcoholisme nog is.


Desondanks de sociale uitdagingen ben ik blij dat mijn ogen zijn open gegaan. Alcohol is legaal, maar niet zonder gevaar. Ik zeg niet dat ik nooit meer iets ga drinken. Dat heb ik al meerdere keren geprobeerd, maar die berg is veel te hoog om te beklimmen en haal ik niet. Wel drink ik veel minder en dat doet me zowel mentaal als fysiek deugd. Ik heb de controle over mezelf en dat voelt bijzonder goed.”



8 views0 comments