• Eugenie Laurette Nicole

"Ooit droomde ik ervan om politieagent te worden"

Updated: Mar 29

Artikel uit Apache Magazine - 02/03/2021


Sinds het antiterreurbeleid in Brussel van kracht ging, staan de zenuwen bij jongeren en politie strak gespannen. In combinatie met de blijf-in-uw-kot-maatregelen worden de spanningen tussen politie en burgers steeds groter. Minister van Justitie Vincent van Quickenborne (Open Vld) wil strenger optreden en roept op tot een ‘lik-op-stukbeleid en nultolerantie’. Is een hardhandig repressief beleid het juiste antwoord?

Woensdagnamiddag 13 januari kwamen honderden betogers samen in Brussel uit steun voor Ibrahima Barrie.

Het dondert boven Brussel. Protest tegen politieagenten laait fel op en is steeds zichtbaarder in het straatbeeld. Onder de betogers zitten opvallend veel jongeren. “We willen verandering, en dat lijkt alleen mogelijk als we het heft in eigen handen nemen," roept rechtenstudent Amira (19), die vooraan stapt in de betoging na de dood van Ibrahima Barrie (23) op 13 januari.


Ibrahima werd op 9 januari gearresteerd toen hij probeerde te vluchten van een politiecontrole. De politie kon hem oppakken en bracht hem naar het politiecommissariaat vlak bij het treinstation Brussel-Noord. Daar kreeg Ibrahima een hartaanval en overleed hij ter plaatse.


"Wie bel je als de politie je vermoordt?”


Enkele dagen later trekken meer dan 500 betogers de straat op. “We willen duidelijkheid over de omstandigheden van zijn dood”, raast een manifestant door een megafoon. Veel jongeren vrezen dat Ibrahima het slachtoffer werd van politiegeweld, en dat de waarheid wordt verdoezeld.


Justice pour Ibrahima!” scandeert een massa van razende jongeren, met een duidelijke boodschap naar de politie. “We zijn bang dat ons hetzelfde lot als Ibrahima beschoren is”, zucht Samir (18) uit Anderlecht. “En wie bel je als de politie je vermoordt?” Al snel draait de vreedzame manifestatie uit op een slagveld. De tol is hoog: 116 arrestaties, vijftien gewonde agenten, negen politievoertuigen buiten gebruik en het commissariaat van Schaarbeek dat in vlammen op gaat.


Dat de politie en enkele demonstranten slaags raken, is geen vreemd fenomeen in Brussel. Een dag na de dodelijke aanrijding van de 19-jarige Adil, kwam het tot zware rellen in Anderlecht. Op 10 april 2020 scheurde de jongeman op zijn scooter door de straten van Anderlecht. Net als Ibrahima trachtte ook hij te ontsnappen aan een politiecontrole. Een politiecombi onderschepte hem op de motorkap. Adil was op slag dood.


“Te veel jongeren sterven in de handen van de politie”, zegt Amira, die een spandoek vasthoudt met diverse namen van overleden jongeren. “Op drie jaar tijd kwamen zeven jongeren om het leven na een politie-interventie in Brussel.” Maanden vliegen voorbij, maar de sfeer blijft grimmig. Diverse muren in Anderlecht worden beklad met leuzen: “La police, c’est le virus!”, “Police partout, justice nulle part” of “Police assassin”.


De kracht van dialoog is weg


Onderliggend woekert onvrede over het machtsvertoon en geweld van de politie. Het protest wordt aangewakkerd door een resem aan incidenten die de Brusselse politie in een lastig parket brengen. Zo veroorzaakt de inverdenkingstelling van drie Brusselse agenten voor verkrachting en voyeurisme heel wat ophef. Het drietal zou naar verluidt vrouwen dronken hebben gevoerd, daarna seks met hen hebben gehad zonder toestemming en alles hebben gefilmd. De filmpjes zijn doorgestuurd naar twee andere agenten van de politiezone Brussel/Elsene. Het politiekorps heeft de drie inmiddels uit hun functie gezet.


Het vertrouwen in de politie kreeg al vaker een stevige knauw. Sinds onze samenleving gebukt gaat onder het coronavirus, hebben Brusselse politieteams ook de handen vol. Op een half jaar tijd belandden zo’n 6.000 PV’s – waarvan 708 veroordelingen – in de brievenbus van het parket.


Vooral jongeren verzetten zich fel tegen de coronaboetes. “Ze bekogelen brandweerlieden, bespugen politievoertuigen en verhinderen arrestaties op straat”, zegt Samir. Van dichtbij ziet hij hoe jongeren zich weerspannig gedragen en agenten het vaak moeten ontgelden. “De kracht van dialoog bestaat hier niet meer.” Het vertrouwen in de politie ebt weg en de strikte coronahandhaving ontketent een zenuwoorlog.


Aan de kant van de politiebonden klinken verontwaardigde reacties. De schreeuw om harder op te treden tegen het politiegeweld zwelt aan. “We moeten een krachtig politiek signaal sturen naar geweldplegers”, zegt Vincent Houssin, ondervoorzitter van de politievakbond VSOA. “Het geweld op politie daalt niet en het wordt steeds driester”, luidt het. De politiezone Brussel-Elsene, waar de politie al sinds vorig jaar een stijging van fysieke en verbale agressie opmerkt, herkent het fenomeen.


Nultolerantie


Naar aanleiding van het incident in Elsene op 14 november, waarbij drie agenten enkele rake klappen kregen van omstaanders toen ze een man wezen op het dragen van een mondkapje, was de maat vol voor minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld). In een omzendbrief roept hij op tot een ‘nultolerantie- en lik-op-stukbeleid’. Hij wil strenger optreden tegen alle aanvallen op de politie. Houssin is in zijn sas met die aankondiging. Onlangs startte de VSOA nog een videocampagne die geweld op de politie moet terugdringen.


De aanklacht van de vakbond over het stijgende geweld, botst met de bewering van het Openbaar Ministerie, die zegt dat het aantal geweldplegingen tegen agenten de afgelopen tien jaar met 21% gedaald is. In 2019 registreerde de Federale Politie 8.417 geweldplegingen, het Openbaar Ministerie 7.083. Beide partijen blijven zonder verklaring voor het verschil. Wel is Van Quickenborne bezig met informatiegaring om zelf de balans op te maken.


Dat er een spanning hangt, beklemtoont evenwel ook Van Quickenborne met zijn oproep tot nultorantie. Welke frustraties gaan schuil achter al het tumult?


Tarek (19) uit Dilbeek werkt al jaren als vrijwilliger bij de Brusselse jongerenorganisatie D’Broej. Wekelijks komt hij in aanraking met de leefwereld van diverse tieners uit achtergestelde volksbuurten in Molenbeek.


Tarek (vrijwilliger D’Broej): "Zowel de straffeloosheid als het geweldsmonopolie bekrachtigen het beeld dat de politie vogelvrij is, en dat maakt ons ontzettend rancuneus"


In samenwerking met de lokale politieschool werkte Tarek enkele jaren geleden nog een workshop uit met extra aandacht voor het politieberoep en met een focus op wederzijds begrip en dialoog. Dat deed hij omdat er steeds minder mensen geïnteresseerd zijn in het politieberoep. Volgens vakbondsman Vincent Houssin is er sinds 2014 een verontrustende daling van nieuwe agenten van 30%. “En zeggen dat ik er ooit van droomde om politieagent te worden”, lacht Tarek.


Wat er met Adil en Ibrahima is gebeurd, snijdt diep in Tareks oordeel dat de politie de jongeren beschermt. “Zowel de straffeloosheid als het geweldsmonopolie bekrachtigen het beeld dat de politie vogelvrij is, en dat maakt ons ontzettend rancuneus.” Dat jongeren voor de politie wegvluchten, vindt Tarek niet eigenaardig. Hij zou op dezelfde manier reageren. “Ik heb meer angst voor de politie dan voor het coronavirus."

Sinds de invoer van de antiterreurmaatregelen na de aanslagen in Parijs van 2015, bestaat er geen vermoeden van onschuld meer, stelt Tarek. “Elke dag worden straatjongeren gecontroleerd op basis van flauwe uitvluchten: ‘We zoeken iemand met een zwarte jas, een lange baard of een Guccipet’, zeggen ze dan. Waarop ze ons allemaal fouilleren. Die dagelijkse visering creëert gaandeweg een negatieve beeldvorming, die agressie uitlokt. Het is een straat zonder einde.”


Kat-en-muisspel


Voor Tarek zich aansloot bij D’Broej raakte hij verstrikt in een malafide cannabisnetwerk. Na de schooluren had hij niets om handen. “Uitzichtloosheid en schooluitval is een hardnekkig probleem bij Brusselse jongeren," zegt hij. “We zitten boordevol goede ideeën, maar weten dikwijls niet hoe we onze talenten moeten ontwikkelen. Jongeren zonder toekomstbeeld bezwijken soms voor foute keuzes.”

Ooit werd Tarek door de politie gevat toen hij op straat een zakje groen verkocht. “Ik kreeg van hen twee keuzes: een nacht in de bajes of op hun commando zo snel mogelijk wegrennen. Als ze me konden inhalen, ontstond er een gevecht. Het is een kat-en-muisspel geworden.”


Dat machtsspel is Frank Isenborghs, coördinator van D’Broej in Molenbeek niet vreemd. “De ‘anti-overvalbrigade’, daar moet je voor oppassen," meent hij. “Ze lopen rond in burgerkledij en staan bekend om hun losse handjes.”

Toch kan je volgens Isenborghs geen eenduidige schuldige aanwijzen. “Dit is een en-en-verhaal. Er zijn veel goede politiemensen en niet alle jongeren zijn comme il faut. Sommige vechtersbazen jutten elkaar op om doelgericht amok te maken. Ze willen tonen dat ze impact hebben, dat ze iets kunnen verwezenlijken in de wijk − ook al zijn dat criminele daden.”


Hassan Al Hilou: "Politici hebben de kwetsbare jeugd tijdens de eerste lockdown in de steek gelaten"


Saïd (17) kijkt er niet van op dat enkele heethoofden zich afkerig gedragen. “De politie is mijn vriend niet”, zegt hij. Onlangs werd hij op de bon geslingerd voor het niet naleven van het samenscholingsverbod. De coronaboete leidde tot een hevige discussie: “Weg met de politie! Jullie zijn racisten, en wij het zogezegde uitschot van de samenleving," smaalde Saïd naar de agent. Een boete van 250 euro hangt hem boven het hoofd, maar daar maakt hij zich niet erg druk in. “Thuis gaat het er veel erger aan toe."


Onbezorgd zit hij nu te lanterfanten zonder mondmasker naast drie vrienden op een krakkemikkige fauteuil in een buitenbuurt van Molenbeek. Want het jeugdhuis, waar hij dagelijks zijn energie kwijt kon, is door de quarantaine gesloten.


De situatie van Saïd is tekenend voor heel wat Brusselse jongeren. De 6.000 corona-PV’s sinds begin maart tot november 2020 versterken het beeld van de tieners die samen in publieke ruimtes blijven vertoeven. “Politici hebben de kwetsbare jeugd tijdens de eerste lockdown in de steek gelaten," stelt Hassan Al Hilou (20), ondernemer en Molenbekenaar.

Al Hilou was amper vijftien toen hij werd uitgeroepen tot jongste ondernemer van het land. Zoveel jaar later is hij een voorbeeldfiguur voor veel Molenbeekse tieners. “Zij die des te harder worden getroffen door de huidige crisis vallen door de mazen van het net. Dat is een pijnlijk trauma dat je bij de jongeren vandaag sterk voelt.”


Uit de laatste cijfers van Actiris, de Brusselse tewerkstellingsdienst, blijkt dat de coronacrisis de jeugd het zwaarst treft. “Veel jongeren verloren hun job omwille van de recessie”, kaart Sven Veronckelen van Actiris aan. “Zij zijn de eerste die eraan moeten geloven, omdat het de werkgever minder kost en veel jongeren aanvankelijk met tijdelijke contracten werken.”


Wanneer de publieke ruimte daarbovenop opeens streng gecontroleerd wordt, gaat dat voor sommige jongeren de perken te buiten. “De dagelijkse politiecontroles veroorzaken heel wat onrust op straat," zegt woordvoerder van de politiezone Brussel-West Caroline Vervaet, “Het is de handhaving in onze verstandhouding met straatjongeren in ieder geval niet ten goede gekomen. Het is niet onze verantwoordelijkheid dat kwetsbare jongeren op straat rondhangen, maar het heeft wel de reeds bestaande kloof vergroot.”


Gettomentaliteit


“In Brusselse buurten heerst er vaak een gettomentaliteit, een straatcultuur van permanente onvrede, ressentiment en onbehagen," zegt Teun Voeten onbeschroomd. Hij is cultureel antropoloog en woonde acht jaar in Molenbeek. “De straat is voor sommige jongelui een verlengde van hun territorium, waar de wet van de sterkste heerst. Als de politie iemand van hun vrienden arresteert, denken ze niet dat die iets slechts heeft gedaan, maar dat de politie hen wil tormenteren. Aan dat geïsoleerde groepsdenken moet dringend iets veranderen. Want dat is het begin van het einde van de rechtsorde."


Voeten ziet ook een onmiskenbaar probleem als iemand uit dat milieu wil stappen. “Als een jongere uit de buurt politieagent is, moet hij of zij daar vaak verantwoording voor afleggen. Hij of zij wordt aanzien als afvallige of verrader. Het is een wij-zij-mentaliteit, en dat zal in de toekomst een steeds brandbaarder probleem worden.”


Pascal Debruyne, onderzoeker aan de hogeschool Odisee, stelt dat de gevoelige kwestie verder reikt dan alleen de straatcultuur in sommige buurten. De toenemende vervreemding tussen politie en jongeren bestaat al jaren. Drie jaar lang boog Debruyne zich over het IEM-project in Gent, dat de wankele relatie tussen beide moet verbeteren. In Gent en Brussel ziet hij soortgelijke patronen terugkomen. “Het veiligheidsbeleid in het kader van Covid-19 steekt de lont in het kruitvat," beklemtoont hij.


“Onder het coronabeleid worden jongeren teruggeworpen op het kerngezin, en dat maakt een grote dosis aan stress en frustraties los. De politiemensen handhaven en incasseren daardoor alle woede.” De belangrijkste oorzaak van die agressie is volgens Debruyne de ‘overpolicing’ in Brusselse volkswijken, terwijl de verankering van de politie in de buurt en de band met jongeren des te meer afbrokkelt. Sinds het antiterreurbeleid meent hij dat er sprake is van “grote investeringen in politie-interventies, bewakingsinfrastructuur en penalisering, waardoor de nabijheidspolitie moet onderdoen voor een repressieve aanpak”.


Kanaalplan


Nadat Parijs vijf jaar geleden werd opgeschrikt door een reeks terreuraanslagen, lanceerde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) het Kanaalplan. Dat was een eerste federale speerpunt om terrorisme en radicalisme te bedwingen. De Brusselse politiezones kregen een capaciteitsinjectie van zo’n 500 agenten om de lokale handhavers te versterken waar nodig.


"De politie moet diversifiëren zodat ze een afspiegeling wordt van de Brusselse bevolking."


Meer blauw op straat, maar dan wel in de vorm van een buurtpolitie, was voor Johan Leman, de bezieler van integratiecentrum Foyer in Molenbeek, een strategisch goede zet. “Politieversterking was na de terreurdaden essentieel”, zegt hij.


Caroline Vervaet van de politiezone Brussel-West zegt dat het Kanaalplan vijf jaar later zijn vruchten afwerpt. In Molenbeek zijn de criminaliteitscijfers met zo’n 40% gedaald. “Een opmerkelijke vooruitgang die vooral te wijten valt aan de extra capaciteit en het proactief opspeuren van misdaden".


Toch deelt niet iedereen dat enthousiasme. Amelie* (20) was hooguit 15 jaar toen haar thuishaven werd gebrandmerkt als bolwerk van terroristen. Ze woont al haar hele leven in de beruchte gemeente, maar overweegt te verhuizen vanwege de onhoudbare situatie. “Molenbeek is een gecontroleerde politiestaat geworden”, beweert ze. “Overal waakt Big Brother (Molenbeek is met 54 camera’s de strengst bewaakte gemeente van België, red.) of de politie om de hoek. Voortdurend voel ik ogen die op me rusten, alsof ik een misdadiger ben. Dat is ook geen oplossing."


Volgens Al Hilou zou een fietsende agent al een positievere impact hebben dan de ‘robocops’ in gepantserde voertuigen. “Niemand wil een gemilitariseerde politiemacht, wij ook niet. De politie moet diversifiëren opdat ze een afspiegeling wordt van de Brusselse bevolking.”


Het middenveld gemuilkorfd


Volgens Leman had de ontvouwing van het antiterreurbeleid op een volledig andere manier gekund. “Het is flagrant dat het politieke bestel reuzenbedragen pompt in antiradicaliseringsprojecten, terwijl de financiële middelen van sociale organisaties gestaag worden teruggeschroefd.” Hij is er net van overtuigd dat zij een waaier van sociaal weefsel creëren waarin kwetsbare jongeren zich aan kunnen optillen zodat ze niet in de klauwen vallen van misdadigers.

“Het Kanaalplan heeft geen oog voor de rijke expertise van de middenveldorganisaties of voor sociaal overleg. De politiek heeft ons schaakmat gezet met als gevolg dat het sociale overheidsbeleid bulkt van mismanagement. Daardoor ontstaat het gevaar dat Brussel en in het bijzonder Molenbeek een voedingsbodem wordt voor een nieuwe vorm van extremisme met een andere modaliteit”, vertelt Leman.

In het kader van een doorsnee Kanaalplancontrole viel de politie in maart 2018 het jeugdsportcentrum Boxing Academy Brussels van D’Broej binnen. De werkwijze van de politiecontrole stemde Frank Isenborghs, coördinator van de jongerenorganisatie, niet positief. “Tijdens een bokstraining trad de politie met veel machtsvertoon en weinig respect op. Zonder overleg moesten jongeren gaan neerzitten op hun knieën, met de handen in hun nek. Dat was voor hen een traumatische ervaring, die tot op vandaag een heuse impact heeft.”

Cultureel antropoloog Voeten tempert eerder de kritiek op het Kanaalplan. “Destijds moesten politici razendsnel beslissen en handelen dat er geen tijd was een voor lang aanslepend overleg met diverse actoren. Als samenleving moesten we een duidelijk signaal sturen naar terroristen, tonen dat dit soort geweld ontoelaatbaar is.” Voeten stelt wel dat een repressiestrategie alleen op de lange termijn niet duldbaar is. “Een doeltreffende aanpak moet een harmonieus klankspel zijn van preventie, repressie en curatie. Als je een van die dimensies weglaat, ben je fout bezig.”

Net zoals Debruyne pleit hij voor een nabijheidspolitie. “Zij kunnen de diepe wonden doen helen, en sneller problemen voorkomen, detecteren en bestrijden.” Verder kaart hij ook het versnipperd politiebeleid aan als een oorzaak van de hedendaagse tumult. In Brussel bestaan zes verschillende politiezones, wat geen sinecure is. Eén Brusselse politiezone, waar iedereen informatie doorspeelt en samenwerkt, biedt volgens Voeten meer mogelijkheden voor een duurzaam beleid.


Nultolerantie: geen oplossing


Om de gemoederen tussen jongeren en politiemensen te bedaren, moet eerst het geloof in het uniform hersteld worden, vindt Debruyne. “Een afschrikmiddel zoals ‘nultolerantie’, is geen effectieve oplossing. Gevangenisstraffen hebben vaak niet het gewenste effect – niet voor de jongeren of voor de maatschappij. Als we de problematiek niet bij de kern aanpakken, dan is zo’n sanctie vruchteloos.”


Tarek: "De politie moet terug een vriend worden.Constructieve dialoog is daarbij de sleutel."


Bovendien kreunen onze gevangenissen onder de overbezetting, zo blijkt uit cijfers van 2019 die Het Nieuwsblad bestudeerde. In België is er een overcapaciteit van 1.863 personen, en dat cijfer blijft fors toenemen.


Een alternatieve oplossing is volgens Leman meer samenwerken, met een centrale plaats voor interdisciplinaire uitwisseling tussen alle lagen van de samenleving: van politici en middenveldspelers tot politiediensten. Die visie moet vervolgens ingebed worden in de politiek, want alleen op die manier kan men de kloof overbruggen.

Ook Tarek, jeugdbegeleider bij D’Broej, pleit voor meer dialoog en uitwisseling. “De jeugd zit met veel vragen waarop geen antwoord komt”, vult Tarek aan. “We hebben nood aan een openhartig gesprek, waarin jongeren zowel hun verontrusting als grieven aan politici kunnen voorleggen. Momenteel is er een groot gebrek aan communicatie en interactie. We begrijpen elkaar niet en groeien steeds verder uit elkaar. De politie moet terug een vriend worden. Een constructieve dialoog is daarbij de sleutel.”



De naam met een * is een pseudoniem.

Dit artikel is tot stand gekomen door de StampMedia-werkbeurs van het Fonds Pascal Decroos.


10 views0 comments

Recent Posts

See All