top of page
  • Writer's pictureEugenie Laurette Nicole

De kinderen van IS zijn een verloren generatie

Sinds de ineenstorting van Islamitische Staat zitten tal van Europese kinderen vast in het Syrische gevangenkamp al-Roj. Met een rehabilitatiecentrum voor minderjarige jongens hopen de overwegend Koerdische bewakers een antwoord te bieden op de blijvende aanwezigheid en invloed van IS. De met haar vier kinderen in het kamp achtergebleven Belgische IS-moeder Julie Maes hoopt ondertussen nog altijd op amnestie.


Live verslag uit Noord-Syrië voor Apache

In het tentenkamp van al-Roj, gelegen in het noordoosten van Syrië, gonst het van bedrijvigheid, zelfs op het heetst van de dag. De Belgische Julie Maes (36) opent haar marktkraam in de souk. Haar oudste zoon Sulayman (14) helpt met het uitstallen van verse uien. Al bijna vier jaar zit de bekeerling uit Brussel met haar vier kinderen vast in dit gevangenisdorp achter hoge muren. Ze is omringd door 2.500 anderen van wie de helft kinderen. Bijna allen hebben ze Europese nationaliteiten.

Sinds de ineenstorting van Islamitische Staat (IS) in 2019 verblijven ze in Syrië, ver van het oog van de internationale gemeenschap. Ontsnappen is er buitengewoon uitdagend. De kilometerslange, streng beveiligde muren en de voortdurende aanwezigheid van de Syrische Democratische Strijdkrachten, hoofdzakelijk samengesteld uit Koerdische troepen, staan er borg voor.

In de wirwar van de souk speuren moeders met gezichtsbedekkende sluiers naar de sappigste groenten in de marktkraampjes. Kinderen spelen ondertussen op een zanderig veld. Een jongensfiets wordt gedeeld als kostbare schat, terwijl hun ogen af en toe naar hun moeders afdwalen. Anderen leunen doelloos tegen de verkoelende muur, verzonken in gedachten.


"Kunnen jullie mijn kinderen hier weghalen?", smeekt een jonge Oostenrijkse moeder van nauwelijks 25 jaar, die liever anoniem blijft. "Ik kwam naar Syrië toen ik 18 was, zonder enig idee van wat me te wachten stond. Er is nauwelijks eten en geen geld. Ik wil niet dat mijn kinderen hier wegkwijnen."

Oostenrijk repatrieert vrijwel alleen weeskinderen. Het voelt voor de jonge moeder als een pijnlijke slag in het gezicht. Zij zit fysiek gevangen. Ook haar twee jonge kinderen zitten vast aan de schadelijke gevolgen van de beslissing van hun ouders om zich bij IS aan te sluiten. De kinderen zijn stille getuigen van een tumultueus verleden dat hen blijft achtervolgen.



Foto Simon Clement

Juridische impasse

Onze aanwezigheid maakt duidelijk dat de sfeer in het kamp gespannen is. De gesprekken tussen marktbezoekers vallen abrupt stil en maken plaats voor gefluister en zijdelingse blikken. Enkele vrouwen gebaren naar hun kinderen om stil te zijn en hun privacy te respecteren.

Onder de ogenschijnlijk alledaagse activiteiten gaan diepgewortelde angsten schuil. Na al die jaren is dit gevangenisdorp getransformeerd tot een gecompliceerde arena. Velen binnen deze kampgrenzen zitten ook gevangen in een juridisch en bureaucratisch moeras. Hun nationaliteit wordt betwist en de landen die ze ooit als thuis beschouwden, lijken hen te zijn vergeten.


De kinderloze IS-weduwe Cassandra Bodart lijdt onder de juridische impasse. Dat vertelt Rashid Omar (40), de voorzitter van het gevangenkamp sinds 2016. Bodart wilde terugkeren naar België, maar kwam niet in aanmerking. Nadat de juridische procedure in België ten einde was gelopen, wendden Bodart en haar advocaat Nicolas Cohen zich tot het Comité tegen foltering van de Verenigde Naties. In 2020 wonnen ze de zaak en eiste dat comité dat België haar repatriëring mogelijk zou maken. Maar tot vandaag weigert België deze beslissing uit te voeren.

Het blijkt onmogelijk om met Bodart te spreken. "Haar gezondheid gaat al enkele maanden bergafwaarts", zegt Omar. "Ze heeft beenmergkanker en is vanochtend naar het ziekenhuis gebracht. Haar toestand verslechtert elke dag." Bovendien wordt ze voortdurend bedreigd, stelt Omar. "Omdat ze onlangs haar hoofddoek heeft afgedaan, weigerden sommige vrouwen haar eten te geven."

In een recente video van de Saoedi-Arabische televisiezender Al Arabiya erkent Bodart de aanwezigheid van IS-vrouwen in het kamp. "Ik kreeg 300 dollar aangeboden om mijn niqab opnieuw te dragen, maar ik weigerde." Of ze het geld effectief heeft afgeslagen, blijft onduidelijk.

Geen terugkeer naar België

De IS-ideologie blijft door de gangpaden van het tentenkamp golven. Niet iedere vrouw is van plan vrijwillig terug te keren naar haar thuisland. Julie Maes draait er niet omheen: terugkeren naar België is geen optie, gezien de mogelijke gerechtelijke gevolgen die haar daar wachten. Ze weigerde tot tweemaal toe vrijwillig gerepatrieerd te worden. Bijna een jaar nadat de Belgische overheid zes IS-vrouwen en zestien kinderen teruggenomen had, spreken we met Julie Maes in haar tent.

Terwijl we ons een weg banen over de stoffige paden, komt haar oudste zoon Sulayman te voorschijn uit de voortent. Verbaasd kijkt hij om zich heen. Vanuit een bestelwagen met een open laadbak waarschuwen enkele vrouwen hem onverwacht. "Zeg niets", roepen ze hem toe. "Vertrouw ze niet." Zijn moeder en jongste zus Sumay (8) lijken daar weinig aandacht aan te schenken.



Foto Simon Clement


De redenen achter haar weigering zijn duidelijk. Maes zegt dat ze liever in een normaal huis zou wonen, maar dat haar leven in het kamp niet slecht is. "Ik heb hier een keuken, een gedeelde douche en kan elke dag televisie kijken. Ik heb zelfs een marktkraampje. De kinderen gaan naar school, waar ze Engelse en Arabische lessen krijgen. Ondanks alles is het leven hier goed, zelfs beter dan in België."

Voor Maes is het idee om haar kinderen te moeten achterlaten het grootste pijnpunt. Dat wil ze absoluut vermijden. "Als ik terugkeer naar België wacht me minstens twee jaar gevangenisstraf. Ik wil voor mijn kinderen zorgen, zodat ze zich mij herinneren."


Beul van Raqqa

Binnen de grenzen van al-Roj heeft het gezin van Julie Maes een toevluchtsoord gevonden. Ze hoopt op die manier aan justitie te ontsnappen en niet van haar kinderen te worden gescheiden. De straffen die boven haar gezin hangen, zijn aanzienlijk. Haar man Anouar Haddouchi, ook wel bekend als Abu Suleiman al-Beljiki of 'de beul van Raqqa', speelde een prominente rol binnen IS. Volgens berichten zou hij 110 executies hebben uitgevoerd in de Syrische stad Raqqa, de voormalige hoofdstad van IS. Ook wordt beweerd dat hij financieel heeft bijgedragen aan de aanslagen in Parijs en Brussel.

Deze criminele daden ontkent en verdoezelt Maes echter consequent. "Mijn man heeft niets verkeerds gedaan. Hij werkte als vertaler voor een islamitisch tijdschrift." Haar grootste wens is om herenigd te worden met haar echtgenoot, die al enkele jaren in de gevangenis zit, en samen een nieuw leven op te bouwen in Syrië. Spijt heeft ze dus niet. "Hier kan ik mijn religie praktiseren en mijn kinderen opvoeden volgens mijn waarden." Maar welke toekomst wacht haar kinderen? Wat als haar twee zonen de volwassen leeftijd bereiken en zich ontwikkelen tot fysiek sterke individuen? En wat als hun moeder vasthoudt aan het radicale gedachtegoed van IS?


Herstellen van IS

Miskeen Hassan (51) maakt zich ernstige zorgen. Als verantwoordelijke voor het onderzoekscentrum voor vrouwen- en kinderrechten in kamp al-Roj geeft ze vrijwillige workshops over rehabilitatie. Concreet gaat ze in gesprek met IS-moeders en peilt ze naar hun dieperliggende motieven om naar Syrië te reizen. Door middel van langdurige gesprekken in een veilige omgeving laat ze hen reflecteren over allerhande gedragsregels binnen IS. Zes maanden geleden ontmoette ze Julie Maes voor het eerst. Verdere interesse was er niet.

"Er zijn veel factoren die bijdragen aan radicalisme, maar in het geval van Belgische IS-vrouwen is het grotendeels te wijten aan hun partners", zegt Hassan. "Ze sluiten zich aan uit ideologische overtuiging, wat onvermijdelijk invloed heeft op de vrouwen en vervolgens ook op hun kinderen. Vaak denken ze dat ze alleen binnen IS hun geloof kunnen belijden."

De onzekere toekomst van deze kinderen blijft een uitdaging. Hassans werk benadrukt de noodzaak van herstelprogramma's en ondersteuning om de toekomst van deze kinderen te veranderen en hen weg te leiden van de schaduw van radicalisisme. Voor Hassan moet de kwestie van kinderen in de IS-kampen internationaal aangepakt worden. Want de beschikbare middelen zijn beperkt en steun slinkt jaarlijks. "We hebben dringend hulp nodig van betrokken staten en non-gouvernementele organisaties.” “Deze kinderen zijn onderdanen van hun respectieve landen en niet van Syrië. We moeten hen degelijk onderwijs en toekomstperspectieven bieden. Anders lopen we het sluimerende risico dat ze ooit ten prooi vallen aan radicale ideeën."

Daarom worden steeds meer jongens van een bepaalde tienerleeftijd geplaatst in een rehabilitatiecentrum buiten het kamp. Momenteel gaat het om zo'n tachtig jongens uit kamp al-Roj. Ze krijgen er dagelijks Arabische en Engelse les, georganiseerd door de niet-gouvernementele organisatie Purity. Tijdens creatieve workshops zoals schilderlessen graven ze dieper in hun familiestructuur en de dreigingen van IS. Daarnaast leren ze praktische vaardigheden zoals koken en kleding wassen. Dit alles om mogelijke toekomstige escalaties te voorkomen en de jongeren op het rechte pad te houden.

"We scheiden jongens van hun moeders omdat we zien dat ze hier opgroeien met talloze problemen", zegt Omar, de verantwoordelijke van het kamp. Hij is vastberaden over zijn beleid. "We ontvangen steeds meer klachten over jongens die medewerkers bedreigen,

stelen of anderen de regels van IS opleggen. Of erger: vrouwen die minderjarige jongens verplichten tot het hebben van seks. We moeten ingrijpen."



Foto Simon Clement

Tribunaal

Wat er gebeurt zodra deze jongens de meerderjarigheid bereiken, blijft tot op heden onzeker. Omar pleit voor een globale oplossing. "We kunnen dit alleen aanpakken door het oprichten van een internationaal tribunaal. Deze vrouwen en kinderen leven in de schaduw van de werkelijkheid, zonder kennis van hun vonnis en zonder zicht op de toekomst. Hun thuislanden moeten hun verantwoordelijkheid nemen of op zijn minst ons ondersteunen bij strafrechtelijke procedures.”

Tot op heden blijft de dubbelzinnige rol van de internationale gemeenschap een punt van aanzwellende kritiek. “We krijgen militaire steun om IS aan banden te leggen, maar ze laten ons op economisch, politiek en sociaal niveau compleet in de steek”, zegt Omar. “De kinderen van deze IS-strijders zijn onschuldige slachtoffers, maar ook wij hebben enkele van onze kinderen verloren in de strijd tegen deze radicalen."


De barre omstandigheden in Syriëmaken het er niet makkelijker op. “We lijden honger, de economie implodeert en Turkse oorlogsdreiging loert telkens om de hoek.” Vorig jaar voerden de Turken een drone-aanval uit dicht bij het kamp. Dat zorgde voor heel wat commotie en onrust in het kamp. “Aan dit trage tempo zal dit over veertig jaar nog niet voorbij zijn."


De oudste zoon van Julie Maes is inmiddels op de leeftijd gekomen waarop hij kan worden overgebracht naar een rehabilitatiecentrum. Toch koestert Maes hoop op enig begrip voor zijn dringende behoefte aan medische zorg waardoor haar zoon niet naar het rehabilitatiecentrum moet, maar in kamp al-Roj kan blijven.

"Tijdens de oorlog werd mijn zoon geraakt door een kogel in zijn middel, en dat heeft een tragische wending aan zijn leven gegeven." Sulayman moest jarenlang met krukken lopen. "Pas recentelijk is hij in staat om weer te stappen. Ik hoop dat ik dit nieuws ooit aan mijn echtgenoot kan vertellen.”


4 views0 comments
bottom of page