• Eugenie Laurette Nicole

Hé, blijf van mijn lijf

Updated: Nov 27

Lang voor #MeToo maakte filmstudente Sofie Peeters de documentaire Femme de la rue, waarin duidelijk werd hoe vrouwen op straat werden lastiggevallen. Naar aanleiding van de internationale week van de straatintimidatie blikt ze terug én vooruit.


'De cijfers spreken voor zich: 98 % van de vrouwen in België is ooit slachtoffer geweest van intimidatie op straat.'


Foto: Leen Van Den Meuter



Sofie, jouw documentaire Femme De la rue mag tien kaarsjes uitblazen. Sindsdien ben je heel actief bezig rond straatinitimidatie. Wat is er sindsdien veranderd?

‘Als ik terugblik naar tien jaar geleden en dat vergelijk met vandaag, zou ik durven zeggen dat alles en niets is veranderd. Het goede nieuws is dat we ons bewuster zijn van seksisme. Er is een algemene mentaliteitsverandering in onze samenleving. Inmiddels is het duidelijk geworden dat de verantwoordelijkheid niet bij het slachtoffer ligt. Hoe iemand zich kleedt of zich gedraagt, is geen uitnodiging tot ongewenst seksueel gedrag. Je moet kunnen zijn wie je bent.


Dat vrouwen mondiger zijn geworden en vaker ongewenst seksueel gedrag aankaarten, heeft daar zeker aan bijgedragen. Ook de opkomst van sociale media heeft een onmiskenbare rol gespeeld. Kijk maar naar de impact van de #MeToo-beweging in 2017 en naar de massa’s verhalen die de laatste jaren naar buiten kwamen van grensoverschrijdend gedrag in de sportwereld, de academische wereld, de media en cultuursector... Tien jaar geleden was het bijna ondenkbaar om over straatintimidatie te praten, laat staan dat sommigen wisten wat het was. Destijds had mijn jury veel twijfels over mijn voorstel van scriptie. Ze vroegen zich af hoe ik 25 minuten kon vullen met louter straatbeelden. “Je gaat mensen aan-spreken op straat. Oké bon, wat is het probleem?” kreeg ik naar mijn hoofd geslingerd.


'Een afleidingsmanoeuvre verzinnen is vaak effectief en schrikt de dader af. Of een derde partij inschakelen: een vriend of iemand met autoriteit.’

Toen hadden ze nog geen flauw benul van hoe vaak dit fenomeen op dagelijkse basis voorkomt. Gelukkig waren er toch twee leerkrachten die het onderwerp belangrijk genoeg vonden, waardoor ik Femme de la rue heb mogen realiseren. Nu kan ik me voorstellen dat heel wat studenten papers en eindwer-ken maken rond seksueel grensoverschrijdend gedrag! Mochten ze toch weerwerk krijgen van leerkrachten, zal het misschien nét omdat het onderwerp intussen al te vààk besproken is. Een totaal andere tijd.


We zijn dus op de goede weg?

‘Er is vooruitgang, maar we zijn er nog lang niet. De cijfers spreken voor zich: 98 % van de vrouwen in België is ooit slachtoffer geweest van intimidatie op straat. In de buurt waar ik destijds de documentaire heb opgenomen, merken de bewoners weinig tot geen verandering. “Het is er nog steeds hetzelfde als vroeger”, zeggen ze. En dat is heel jammer. Daarom vrees ik dat het niet bij een mentaliteitswijziging mag blijven. Er moet een brede focus worden gelegd op het vergroten van het bewustzijn over genderidentiteit. Het gaat eigenlijk over iedereen die op basis van zijn identiteit, geslacht of huidskleur op straat wordt geïntimideerd. Tegenwoordig beperkt verbaal of fysiek seksueel geweld zich niet tot jonge meisjes of vrouwen. Homo’s worden ook meer getroffen. Kijk naar wat er is gebeurd met David Polfliet. Die homobashing leidde tot zijn dood.'


Hoe creëer je meer bewustwording rond dit probleem in de samenleving?

‘In een tijdspanne van tien jaar hebben heel wat actoren actie ondernomen. Je hebt verschillende middenveldorganisaties die werken rond het thema en meer doen dan alleen sensibiliseren. Er zijn workshops, acties en trainingen. Zo heb je de Franstalige vzw Touche pas à ma pote, waarvan ik trouwens meter ben, die hier heel actief mee bezig is.

Enkele maanden na Femme de la rue zijn zij er meteen ingevlogen met bewustmakingsacties in de openbare ruimte.


Je herinnert je wellicht de roze trams die door Brussel reden waarop de naam van de vzw prijkte. Al organiseert Touche pas à ma pote niet alleen acties. Sinds haar oprichting hebben ze al meer dan 16.000 leerlingen en studenten bereikt en gesensibiliseerd rond het probleem van straatintimidatie. Daarnaast geven ze ook specifieke trainingen aan politieagenten. Je kan niet verwachten dat de politie precies weet wat ze in alle situaties moeten doen. Daarom is het goed dat zij een aanvullende opleiding krijgen rond seksisme en straatintimidatie en weten hoe ze slachtoffers van seksueel grensover-

schrijdend gedrag voldoende kunnen opvangen en

begeleiden.’


De vzw Touche pas à ma pote is Franstalig. Bestaat er een Vlaamse tegenhanger? Zijn Vlamingen hier minder mee bezig?

‘In Vlaanderen leeft dit thema even sterk, dat staat buiten kijf. Touche pas à ma pote heeft een Franstalig team, waardoor het aanbod in onze streken eerder beperkt bleef. Tot vandaag in ieder geval, want daar brengt Blijf van mijn Lijf vzw nu verandering in. Met de kersverse zusterorganisatie willen we op termijn alle activiteiten van onze Franse collega’s structureel organiseren aan Vlaamse kant.’


Wat doet vzw Blijf Van Mijn Lijf BVML zoal?

‘We beginnen met onze gratis standUP-training. Daarin tonen onze collega’s van Hollaback vzw hoe groot de rol van een omstander is, want die is immens.Uit recent onderzoek blijkt dat 79 % van de vrouwen een positief effect ervaart als iemand tussenbeide komt. Dat is ongelofelijk veel.Daarom vinden wij het belangrijk om ons met BVML te richten op deze doelgroep. In zo’n sessie proberen we omstanders te engageren, we laten ze zien hoe je op een veilige manier kan ingrijpen. Als slachtoffer en getuige leer je hoe je intimidatie kan helpen voorkomen, ontsporen of ontmoedigen. Ook welke knelpunten er zijn en hoe je een situatie kan ontmantelen zonder dat deze escaleert. De workshop is dus open voor iédereen: het is ieders verantwoordelijkheid om dit probleem aan te pakken. We kunnen allemaal een verschil maken in de strijd tegen seksuele intimidatie Dat is nu het eerste wat we in Vlaanderen gaan organiseren.’


Wat is de beste manier om in te grijpen zonder dat het escaleert?

‘Je hoeft niet met elkaar op de vuist te gaan. Absoluut niet. Als omstander kan je op verschillende en veilige manieren ingrijpen zonder agressief te wor-

den. In de gratis standUP-training van Blijf van mijn lijf spreken we van vijf effectieve technieken: afleiden, anderen betrekken, aanspreken, afzonderen en filmen.

Daar is de sessie hoofdzakelijk op gebaseerd. Je kan bijvoorbeeld het slachtoffer afleiden en om de tijd of weg vragen. Een afleidingsmanoeuvre verzinnen is vaak effectief en schrikt de dader af. Of als je liever niet tussenbeide komt, dan kan je een derde partij inschakelen: een vriend of iemand met autoriteit. Zij kunnen je ondersteunen bij de interventie. Belangrijk: als je ervoor kiest om de situatie te filmen, is het belangrijk dat je zelf veilig bent en dat je een goed beeld hebt van de locatie waar het zich afspeelt. Het slachtoffer kan dit bewijs dan aan de politie laten zien.’


Bijna elke vrouw geeft aan dat ze ooit geïntimideerd is op straat. Toch doet volgens een enquête van Plan International België amper zes procent aangifte bij de politie. Hoe komt dat?

'Het is goed dat de antiseksismewet sinds 2014 bestaat en dat straatintimidatie straf-

baar is. Het is een eerste, goede symbolische stap, hoewel de toepassing van de wet niet

zaligmakend is. Dat kan ook niet. De wetgeving moet een tijdje leven voor het een voe-

dingsbodem krijgt, en die is er nu onvoldoende. Een tijdje geleden deelden verschillen-

de lokagenten in burgerkleding GAS-boetes uit om straatsissers te betrappen.

Het was een stiekeme vorm van handhaven, maar dat is zeker niet genoeg. Het probleem ligt hem in het feit dat het voor politieagenten quasionmogelijk is om iets te

doen als er geen bewijs is.


We moeten het kuddegedrag doorbreken. Omstanders moeten durven ingrijpen en niet wegkijken van de situatie.’

Als slachtoffer kan je wel aangifte doen om de cijfers beter in kaart te brengen en de politie te vertellen in welke buurt ze extra moeten patrouilleren. Maar helaas kunnen ze niet meer doen dan dat. Daarom is het ook zo belangrijk om niet enkel in te zetten op repressie, niet enkel een juridische stok achter de deur en bestraffing met boetes, maar ook bijvoorbeeld op straathoekwerkers in moeilijke buurten, workshops in scholen, acties op sociale media, enzovoort.’


Lotte Vanwezemael legde onlangs de vinger op de wonde. Ondanks haar klacht tegen vijftig personen werden ze allemaal geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Is dat de reden waarom zo weinig slachtoffers aangifte doen? Omdat ze denken: wat maakt het uit?

‘Ja, dat denk ik wel. Ik moet bekennen dat ik zelf nog nooit een aangifte heb gedaan, hoewel ik meerdere malen ben geïntimideerd op straat. De wetenschap weerhoudt me er op de een of andere manier van om naar de politie te gaan, want wat kunnen ze doen

zonder bewijs? Het kan echter niet alleen van bovenaf worden bestuurd. Straffen is lang niet de enige oplossing. Naast repressie moet je ook aan preventie doen. Daarom ge-

loof ik sterk in de initiatieven van Blijf van me lijf vzw. Het gaat over hoe we die mentaliteitswijziging kunnen bewerkstelligen. BVML richt zijn pijlen niet alleen op vrouwen, die al een stuk assertiever zijn, of op de brede maatschappij die nu oren heeft naar seksisme. BVML gaat verder dan dat, ze gaan ook in gesprek met daders of mogelijke groepen van daders. Door middel van preventieve trainingen tonen ze de impact van hun gedrag met als doel om intimidatie te voorkomen. Dat is geen sinecure,

maar het is wel nodig.’


Hoe doe je dat? Hoe bepaal je wie een potentiële dader kan zijn?

‘Straatintimidatie komt voor in alle rassen en klassen. Het gaat erom hoe we kijken naar gender, naar wat vrouwen en mannen mogen doen. Een aantrekkelijke vrouw? Een extravagante man? Een genderneutraal persoon? Achter deze denkpiste kan een culturele component zitten, niet alle culturen zijn even open-minded naar genderexpressie en seksuele geaardheid toe, maar dat hoeft zeker niet. Er zijn genoeg westerse blanke cis-mannen die foute opmerkingen geven of vrouwen lastigvallen. Dat is sinds #MeToo uitvoerig gebleken. Seksisme heeft geen kleur, rang of stand. En vaak werkt macht net seksuele intimidatie in de hand: kijk naar alle machtige mannen die in

opspraak komen de laatste jaren. Je moet dus heel breed werken om mogelijke

daders te bereiken.’


Wat is je toekomstvisie?

‘Als ik tien jaar vooruitkijk, hoop ik dat straatintimidatie veel meernot doneis. Dat de algemene perceptie van dergelijke gebeurtenissen erg negatief is, zodat het fenomeen automatisch afneemt of bijna uitzonderlijk wordt. Dat zou al fantastisch zijn. Ik hoop ook dat er op termijn meer afkeurende reacties komen en dat het heel normaal is om in te grijpen. We moeten het kudde-gedrag doorbreken. Omstanders moeten durven

ingrijpen en niet wegkijken van de situatie. Hun rol is buitengewoon belangrijk.


Precies daarom organiseren we met Blijf van mijn lijf vzw die gratis standUP-trainin-

gen voor iedereen die wil. Er is in ieder geval een positieve evolutie merkbaar. Vroe-

ger was het mainstream dat straatintimidatie – ook door de slachtoffers – normaal

werd gevonden. Nu weten we dat het verkeerd is om vrouwen als honden na te fluiten, te achtervolgen of vunzigheden na te roepen.


Er zijn al grote stappen gezet, zowel op beleidsniveau als in de praktijk. Zeker als je kijkt naar seksueel grensoverschrijdend gedrag in het algemeen, zijn er op tien jaar tijd enorme stappen gezet. Denk aan de oprichting van de Zorgcentra na Seksueel Geweld, waar slachtoffers alle nodige zorg op één plek aangeboden krijgen, 24/24, 7/7 en gratis. Kijk naar de aanpassingen in de politieopleidingen, de sensibliseringsacties, de manier waarop mensen kwetsbare, persoonlijke verhalen durven delen en machtige daders in opspraak durven brengen. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Kortom: We zijn goed bezig!’


Dit interview is gepubliceerd in Flair Magazine.

8 views0 comments