• Eugenie Laurette Nicole

Akkar, de vergeten provincie van Libanon

In september trok ik naar Libanon, naar het meest noordelijke district, Akkar. Mijn indruk: een regio die niet zozeer bekend staat bij toeristen en weinig belangstelling krijgt van Libanezen. In het dorpje Bqerzala, zo’n zeven kilometer verwijderd van buurland Syrië, werkte ik met Syrische kindvluchtelingen.


Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op 10/10/2019 voor MO*Wereldblog

Een Syrische jongen helpt zijn familie bij het bouwen van een dam. Door overstromingen en hevige regen was hun tent ondergelopen met water. © Eugenie D'Hooghe


Akkar is een provincie gelegen in Noord-Libanon waar ongeveer 250.000 Libanezen wonen. Jarenlang wordt de regio historisch verwaarloosd en beschouwd als een vergeten provincie van Libanon. Het dagelijkse leven valt niet te onderschatten. Voor veel Libanezen is het moeilijk om het hoofd boven water te houden door de schaarse werkkansen, de grote vluchtelingenstroom en de torenhoge prijzen.


In 2014 werd het noorden opgedeeld in twee districten, namelijk het Noord-gouvernement en Akkar. Akkar is sindsdien gestaag verzwakt. De lokale bestuursinstellingen krijgen nauwelijks nog financiële ondersteuning van Beiroet. Het verschil met andere provincies is duidelijk voor iedereen die Akkar bezoekt. De infrastructuur wordt niet afgewerkt of onderhouden, overal is er enorme vervuiling, voertuigen bevinden zich meestal in gammele staat en huizen staan er bouwvallig bij.

Volgens de laatste gegevens van de Wereldbank leeft 36 procent van de bevolking in het noorden in armoede, wat beduidend hoger ligt dan het nationale Libanese gemiddelde van 27 procent.


Samenleven


Libanon staat bekend als toonbeeld van religieuze diversiteit en in Akkar is dat ook niet anders. Het kent een enorme smeltkroes van religies. Van soennitische moslims tot orthodoxe en maronitische christenen tot sjiitische en alawietische stromingen. Zij aan zij leven ze samen hoewel spanningen soms hoog kunnen oplopen tussen niet-overheidsgroepen, het Libanese leger (LAF) en religieuze gemeenschappen. Elk dorp heeft een dominante vrome strekking wat zorgt voor onderlinge verdeeldheid. Er is amper contact tussen mensen met een verschillende ideologie, geloof of nationaliteit.


Deze versnippering gaat niet zonder gevaar want een recent rapport van de Verenigde Naties stipt aan dat er meer sociale spanningen zijn tussen de verschillende geloofsgemeenschappen dan vroeger. Bepaalde bevolkingsgroepen worden almaar meer gediscrimineerd en/of uitgesloten van de Libanese samenleving. Sinds het uitbreken van het Syrisch conflict vangt Akkar de meeste vluchtelingen op. Dit met reden doordat het noorden een 100 kilometer grenslijn deelt met buurland Syrië. De Syrische hotspot steden Homs, Hama en Idlib zijn niet veraf. Dit zorgt voor een sterke instroom van zowel economische als politieke vluchtelingen.


Het Agentschap voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties registreerde in 2018 zowat 105.612 Syrische vluchtelingen. Wellicht ligt dat getal dit jaar aanzienlijk hoger want veel vluchtelingen laten zich enerzijds niet officieel registreren en anderzijds door de nieuwe opflakkeringen in Idlib. Afhankelijk van hun financiële situatie en/of netwerk vinden verplaatste personen onderdak in een tentenkamp, een garage of een appartement. Maar doordat de Libanese autoriteiten weinig omkijken naar deze specifieke groep, leven Syriërs in erbarmelijke leefomstandigheden.


Op elke hoek van de straat staan er vluchtelingententen waar families gemiddeld met zes personen in wonen. Uit wanhoop en beperkte plaatsen zag ik vaak nieuwe vluchtelingen hun tent opzetten in de achtertuin van een Libanees gezin. De structurele problemen zorgen voor veel chaos. Sinds kort worden ook vluchtelingenkampen met geweld ontruimd.


Complexe, arme landbouwregio


Het landschap van Akkar is enorm divers: van olijfvelden tot hoge bergen tot kustvlakten. De mensen leven er van de landbouw. De regio is heel vruchtbaar en landbouw (er worden voornamelijk groenten, tabak en olijven geteeld) is de belangrijkste economische activiteit, goed voor 80 procent van het bnp. In vergelijking daarmee speelt landbouw een relatief kleine rol in de rest van het land, volgens het Agentschap Agentschap Voedsel-en Landbouworganisatie (FAO). Maar Akkar is tegelijkertijd de meest onderontwikkelde regio van Libanon, met de ergst mogelijke omstandigheden voor de inwoners als resultaat.

'Zo is het zeker geen uitzondering dat in één dag de elektriciteit meer dan 10 keer uitvalt. De regio wordt maar met een stroomcapaciteit van 50% voorzien'

De inwoners in het noorden van Libanon worstelen vooral met de gebrekkige toegang tot openbare watervoorzieningen. Er zijn verschillende problemen: het waternetwerk is gefragmenteerd, waterreserves worden niet goed beheerd en het grondwater is besmet met allerlei pesticiden. Wat een contradictie: er zijn overal prachtige, natuurlijke waterbronnen verspreid over de noordelijke provincie, maar vaak kon ik geen douche nemen, de afwas doen of koken wegens watertekort.


Sinds de burgeroorlog kampt Libanon ook met een elektriciteitscrisis, die het land op de rand van een financiële ondergang zet. De meeste huizen in Akkar krijgen wel stroom van Electricité du Liban, maar niet alle huishoudens zijn op het netwerk aangesloten. Zo is het zeker geen uitzondering dat in één dag de elektriciteit meer dan 10 keer uitvalt. De regio wordt maar met een stroomcapaciteit van 50% voorzien


Dit met reden dat veel huishoudens nog afhankelijk zijn van hun eigen generatoren of particuliere leveranciers. Zij brengen forse kosten in rekening voor slechts dagelijks gebruik. Dit is nog een nefast gevolg van enerzijds de burgeroorlog en anderzijds de schermutselingen met Israël. Veel infrastructuur werd toen helemaal verwoest en nog steeds niet heropgebouwd.


Het grote probleem is dat veel private energieleveranciers bijna ongereguleerd hun gang gaan. In de volksmond worden zij de generator maffia genoemd. Dit vanwege hun vermeende politieke invloed en de torenhoge onverantwoorde prijzen.


Omkoperij en IS-strijders


Het is een grote uitdaging voor mensen die leven in moeilijke omstandigheden om de touwtjes aan elkaar te knopen in Libanon. Werkkansen zijn schaars waardoor men afhankelijk is van onregelmatige uren, ongeschoolde arbeid en/of kinderarbeid. Het VN-bureau voor humanitaire zaken OCHA schat het werkloosheidspercentage in het noorden van Libanon op zo’n 53 procent. Zo vertelde mij een man, die een telefoonwinkel heeft in Bqerzala, dat het laatste decennium er gewoonweg geen werk of geld is. Daarnaast zorgt het woelige Midden-Oosten ervoor dat toerisme op een laag pitje blijft staan. Het geld blijft in de handen van de kleine elite waardoor inkomensongelijkheid almaar toeneemt.


'Opportunisme is dan ook één van de beweegredenen waarom Daesh (IS) met de oprichting van het Islamitische Kalifaat een zaadje kunnen planten bij sommige Libanezen.'


Opportunisme is een groot probleem in deze wankele situatie. Mensen nemen risico’s uit angst en zelfbehoud. Dit wordt vaak in de hand gewerkt door wanpraktijken zoals bijvoorbeeld omkoperij, criminaliteit en corruptie. Zo beloofden enkele politici tijdens de lokale verkiezingen van Halba een grote som geld aan kiezers voor hun stem. Hierdoor veranderen mensen even snel van ideologie als van T-shirt.


Opportunisme is dan ook één van de beweegredenen waarom Daesh (IS) met de oprichting van het Islamitische Kalifaat een zaadje kunnen planten bij sommige Libanezen. Verschillende Libanezen, zowel christenen als moslims, sloten zich al aan bij IS en trokken ten strijde. Fynaidek, een dorp in de bergen van Akkar, staat bekend bij IS-strijders.


Bandwagoning, dit is wanneer een staat gaat samenwerken met een vijandelijke macht omdat hij denkt er voordeel uit te kunnen halen, en de weinige werkkansen zijn gevaarlijke manieren om de Libanese samenleving te verstoren met als gevaar dat sektarische lijnen uitgezet kunnen worden.


Frans en Engels leren



In Akkar zijn er veel humanitaire spelers die de problemen op het gebied van gezondheid, water, sociale stabiliteit en onderwijs trachten te drukken. Libanon is namelijk het land dat de meeste ngo’s telt in het Midden-Oosten. Dit enerzijds doordat het land de meeste vluchtelingen huisvest, zowat 1,5 miljoen mensen, en anderzijds omdat het land erg instabiel is.


Tijdens mijn verblijf verbleef ik in het Peace Centre. Daar gaf ik circus workshops en hielp ik Syrische jongeren met Frans en Engels. Velen zijn niet vertrouwd met een buitenlandse taal hoewel behoorlijk wat lesboeken, voornamelijk in christelijke dorpen, in het Frans zijn geschreven.


Onderwijs is cruciaal maar kinderen met een achterstand krijgen moeilijk toegang tot Libanese scholen. Zo leerde ik twee jongens kennen, van 10 jaar en 14 jaar, die vanwege de oorlog in Syrië steeds moesten vluchten. Met als gevolg dat ze nog nooit naar school zijn geweest. De families vonden voorlopig huisvesting in Akkar maar toegang tot onderwijs en de drempel om te slagen blijft bikkelhard. Syrische kindvluchtelingen worden vaak benadeeld in het Libanees onderwijs. Zo beginnen ze één maand later dan andere lokale kinderen. Vandaar er een grote nood is aan bijscholing en ondersteuning van organisaties.


De algemene toestand  in Akkar is onhoudbaar en kan men niet zomaar links laten liggen. Zeker nu niet met de frequente bombardementen in Idlib en de recente militaire ingreep van Turkije in het noorden van Syrië. 


Meer over de auteur


Eugenie D'Hooghe is politicologe en freelance journalist met specialisatie inzake migratiestructuren, diplomatie en Midden-Oosten politiek. Tot op heden is ze actief bij de ngo Relief and Reconciliation International.



21 views

© by Eugenie Laurette Nicole 

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now