• Eugenie Laurette Nicole

Academisch onderzoek over de Saudi-geleide militaire interventie in de Jemenitische burgeroorlog




Sinds 2014 valt Jemen ten prooi aan een nieuwe cyclus van geweld. Het gaat om een gewapende confrontatie tussen het staatsapparatuur van president Abdo Mansour Hadi enerzijds en Houthi-rebellen en hun bondgenoten anderzijds. In maart 2015 probeerde de Saoedi-Arabië geleide coalitie deze spiraal van geweld te keren door het lanceren van een militaire interventie (Saoedi-Arabië, 2017). Hoewel geen voorafgaand fiat werd gegeven van de VN-Veiligheidsraad en de tussenkomst plaats vond te midden van een burgeroorlog, wordt president Hadi politiek erkend en kan het samenwerkingsverband rekenen op grootschalige wapenleveringen van de Verenigde Staten en de EU-lidstaten (Kyriacou, 2016). De groeiende toepassing van deze militaire operaties, de kritische analyses over de aangaande wanpraktijken in Jemen en de scherpe kritiek op het falen van de Verenigde Naties over het voldoende garanties bieden aan haar burgerbevolking zijn cruciale vraagstukken die veel stof doen opwaaien in de hoogste regionen van de politiek en wordt hierom onderzocht.

Uit het eerste onderzoek is gebleken dat de rechtvaardiging van de militaire operatie in Jemen slechts aan twee van de zes toetsingscriteria voldoen van de Jus ad Bellum doctrine. Zowel Just Cause, Right Intention, Proportional Means als Reasonable Prospects stroken niet met de voorwaarden die de doctrine oplegt. Overigens worden Right Authority en Last Resort wel gezien als legitiem. Dit enerzijds door de verwerving van de politieke erkenning van president Hadi door de internationale gemeenschap en anderzijds door lokale diplomatieke middelen die zijn ondernomen om de politieke impasse in Jemen te doorbreken. Dit laatste is echter twijfelachtig gezien de vreedzame middelen vaak een weerspiegeling waren van het hogere politiek bestel en buitenlandse mogendheden. Dat zorgde voor een grote ontevredenheid binnen de verschillende Jemenitische groepen zoals de Houthi’s en de zuidelijke afscheidingsbeweging vermits controversiële kwesties vaak verdwenen naar de schaduwkant (Rijziger, 2016).

In het tweede onderzoek wordt aangetoond dat alvorens de militaire interventie Jemen reeds kampte met penibele humanitaire noden. Voor de tussenkomst bevonden 14, 7 miljoen Jemenieten in nood (UNOCHA, 2014). Overigens zorgde de militaire ingreep van de coalitie dat de humanitaire crisis werd versneld en geïntensifieerd. Na drie jaar aanslepend conflict zijn ongeveer 22,2 miljoen mensen behoeftig aan ondersteuning. Provincies zoals Taizz, Hajjah, Al Jawf en recent Hodeidah worden het meest getroffen. Het contradictorische feit is waar de humanitaire hulp het hoogste is, die in mindere mate toegankelijk wordt. Er is wel degelijk een verband tussen de maatregelen van de coalitie en het stijgend nummer van mensen in nood. Zo vernietigen luchtaanvallen civiele infrastructuur waardoor de toegang tot schoon water beperkt wordt wat de verspreiding van cholera-infecties in de hand werkt. Daarnaast zorgen importrestricties opgelegd door de coalitie ervoor dat voeding en medische benodigdheden niet tot kritieke gebieden geraken. De interventie leidt hier, vanwege dit alles, niet tot een succes maar maakt van Jemen de ergste humanitaire crisis op dit huidige moment. (O’Brien, 2017).

Als laatste is één van de grootste redenen voor dat falen de strategie van de Arabische coalitie die grote hiaten kent. Er is met name een lacune op vlak van expeditionaire ervaring, vermogen en gevechtsbereidheid (De Brabandere & Van Muylgem, 2017). De bakenstaat, samen met de Verenigde Arabische Emiraten, vertonen zich als de grootste spelers op het strijdtoneel maar ondanks het feit dat zij de grootste dynamiek weerspiegelen, loopt dit niet van een leien dak. De geschillen binnen die coalitie, maar ook tussen de lokale bondgenoten, spelen in de kaart van de Houthi-rebellen die ondanks de omvangrijke militaire bombardementen en een maritieme en luchtblokkade verbazend goed standhouden tegen de grote overmacht.

Het gros van geweld is voor de Jemenitische bevolking echter niet onbekend. Het koloniale verleden verdeelt het Arabisch schiereiland in diepgeworteld tribalisme. Het belang van de eigen lokale clan of volksclan weegt vaak zwaarder door dan het nationalistisch gevoel, waardoor het politiek besluitvormingsproces in toenemende mate onder vuur komt te liggen (Rijziger, 2016). Het schoolvoorbeeld toont aan hoe steeds uiteenlopende revoluties en evoluties de democratie uitholden en overigens werden omgezet naar een dictatoriaal regime waarbij de oude elite zich vastklampt aan de macht De dictaturen werden van binnenuit, maar vaak ook met inmenging van externe ‘gelijkgestemden’ bevochten, wat leidde tot geweld en onderdrukking van bepaalde delen van de bevolking (De Brabandere & Van Muylgem, 2017). Jemen werd, en wordt nog steeds, gedomineerd door potentaten en clanoversten die hun eigen macht en invloed trachten te bestendigen en uit te breiden. Op zijn beurt creëerde dat nefaste economische en sociale gevolgen voor die bevolkingsgroepen en leidde tot militaire mobilisatie van de Houthi’s (Coppi, 2018).

Daarnaast wordt vaak gesteld dat het Arabische kruitvat tussen Saoedi-Arabië en Iran bakkeleit in Jemen (Council on foreign relations, 2017). De burgeroorlog in het Arabisch schiereiland wordt door zowel Westerse media als Saoedi-Arabië gepercipieerd als een sektarisch conflict tussen soennieten en sjiieten (Saoedi-Arabië, 2017). De religieuze factor is aanwezig maar zeker niet dominant aangezien binnen Jemen zoveel verschillende en vaak onverzoenbare strekkingen zijn als etnische, nationalistische bewegingen (Rijziger, 2016). Saoedi-Arabië (2017) die letterlijk in hun rapport de Jemenitische burgeroorlog profileert als een proxy-oorlog, is een ‘mooie’ saus aan het gieten over het gerecht om de echte onderliggende en rauwe realiteit te verbergen. Het Saoedische regime is bang voor Iran, zoals het zich eerder bedreigd voelde door het Arabisch Nationalisme dat naar voor werd gebracht door Gamal Abdel Nasser die in de jaren 1950 president was van Egypte (Van den Bavière, 2018).

Van Der Poel (2018) verklaart dat Saoedi-Arabië zich voorbereidt op een grotere strijd maar wegens hun lacunes op defensievlak de Jemenitische interventie ziet als een ideale opportuniteit om deze weg te werken. De perceptie van Jemen als een proxy-oorlog door transnationale krachten verzwakt de identiteit en motieven van lokale spelers en zorgt voor een betekenisverschuiving van conflict.

Hierdoor kunnen deze krachten zich in hogere mate beroepen op het in veiligstellen van het machtsevenwicht in de Arabische regio. De keerzijde van deze medaille is dat deze self-fulfilling prophecy omtrent een proxy-oorlog meer in de hand wordt gewerkt en werkelijkheid wordt. Hierom is het van uiterst belang dat Jemen een oplossing zoekt zonder deze externe spelers.

Ondanks de aangaande wanpraktijken die zich in Jemen afspelen en die vaak worden aangekaart door Human Rights Watch en UN OCHA, kijkt de VN-Veiligheidsraad (VR) van op de zijlijn toe. Het systematisch falen van de VR om concrete stappen te nemen en om de Saoedi-geleide coalitie verantwoordelijk te houden, wordt steeds ondermijnd. Het feit dat Saoedi-Arabië nog steeds een positie bekleedt bij de raad van VN mensenrechten, niettegenstaande zij meermaals zijn aangeklaagd door humanitaire organisaties voor grove mensenrechtenschendingen, creëert een groot struikelblok voor het in gang zetten van de VN-vredesprocessen in Jemen. Er is een gebrek aan politieke wil onder de lidstaten. Enerzijds omdat zij hun eigen (olie)belangen willen beschermen, anderzijds omdat president Hadi als legitiem wordt aanzien ondanks hij geen effectieve controle had volgens het Jus ad Bellum. Dit bevestigt het falen van de VN-Veiligheidsraad om de Jemenieten voldoende garanties te bieden.

Hoe moet het nu verder met het armste land van het Midden-Oosten en daarbij het aanslepend conflict?

Een militaire interventie biedt geen duurzame oplossing voor het Jemenitische conflict. Het uitschakelen van de vijand via een gewapende tussenkomst met een wankele offensieve strategie van uitvoering leidt alsmaar tot meer diepgeworteld tribalisme, fragmentatie, radicaliteit en/of wrokgevoelens tegenover de interveniërende staten. De kans hiervan wordt groter wanneer men weet dat de Houthi’s alreeds enorm gekant waren tegen de groeiende opkomst van het Salafisme die Saoedi-Arabië als bakenstaat profileert. Overigens is het van cruciaal belang dat EU-lidstaten hun logistieke en militaire steun terugtrekken enerzijds, en dat anderzijds de Verenigde Staten hun war on terror policy indammen gezien deze zaken alleen leiden tot de wapenproliferatie en Jemen des te meer doet verzeilen in militaire en politieke complexiteit.

De crisis kan alleen een bindende oplossing vinden wanneer alle Jemenitische partijen aan de onderhandelingstafel zitten en steunen op confidence building measures zoals bijvoorbeeld het consolideren van een solide staakt-het-vuren waarbij duidelijke afspraken worden gemaakt omtrent de grenzen van geweld. Overigens kan het invoeren van een neutrale communicatielijn tussen alle betrokken partijen dienen als een tweede vertrouwenwekkende maatregel. Hierbij worden coördinaten doorgegeven om humanitaire hulpcaravans en hulpdiensten toegang te verlenen tot kritieke irreguliere netwerken.

Het bieden van veiligheid aan de Jemenitische populatie is bij uitstek de prioriteit die bij alle relevante participanten nagestreefd moet worden. Om dit waar te borgen moeten zowel de coalitie als de Houthi-rebellen compromissen maken. Als eerste moeten de importrestricties van essentiële goederen op zoals voedsel en medicatie worden ingetrokken door de Arabische coalitie. Daarop aansluitend moet de zeehaven van Hodeidah open en veilig blijven aangezien dit de belangrijkste toegangspoort is voor de meerderheid van import en humanitaire benodigdheden (Kryriacou, 2016). Het luchtruim moet evenzeer vrij gehouden worden want blokkades van luchthavens zorgen ervoor dat de noodzakelijke hulp niet tijdig tot de Jemenieten geraakt. Naast deze zaken moeten de mensenrechten door alle partijleden benadrukt, gerespecteerd worden en blijven.

Eens de acute nood min of meer onder controle is, moet er terug vertrouwen geschapen worden tussen alle lokale belanghebbenden. Hierbij is het wel van cruciaal belang dat de Houthi’s optreden als een betrouwbare onderhandelaar waarbij bindende afspraken geldig zijn. Daarnaast moeten alle betrokken partijen de controversiële kwesties opnieuw bespreken zoals de zuidelijke afscheidingsbeweging en de federale splitsing van Jemen en met argusogen gadeslaan. Wijl de draad terug wordt opgepikt voor het (her)formatteren van een stabiel politiek bestuur is het significant dat dit wordt bestendigd tussen alle elf partijen zonder al teveel buitenlandse inmenging van regionale mogendheden zoals Saoedi-Arabië, de Verenigde Staten of Iran.

Daarentegen kan het wel ondersteund worden door een neutrale straat die tijdelijk de rol als mediator opneemt. Wie deze taak uitvoert moet echter in samenspraak beslist worden. Hoewel deze bemiddelingsfunctie geen vanzelfsprekendheid is, kan de gespecialiseerde VN-instelling voor humanitaire zaken OCHA ondersteuning bieden. Zij kennen de regio en staan in nauw contact met lokale en regionale NGO’s wat een meerwaarde biedt. Kernwoorden als wederzijds begrip, samenwerking, respect, communicatie en creativiteit staan hierbij de centraal om een stabiel politiek klimaat in Jemen te consolideren.

Dit academisch onderzoek werd uiteengezet voor het behalen van mijn masterdiploma internationale politiek aan de Universiteit Gent. Hebt u vragen over het onderzoek, het krakende land Jemen of de actuele toestand, aarzel dan zeker niet om mij te contacteren.

© by Eugenie Laurette Nicole 

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now